Home Blog Pagina 4

Oh dennenboom

Op de zolderkamer staat een stoel. Het dakraam geeft uit op de achterkant van het huizenblok. De stoel staat gepositioneerd voor een ideaal uitzicht. Met ideaal uitzicht bedoel ik dat het raam op de wereld voor driekwart is gevuld met het deinen van de armen van een grote dennenboom.

Het heeft geregend. De wintergroene naaldtakken vangen de glinsteringen op van de zopas doorgebroken bleke stralen licht. Een ekster installeert zich op een van de bovenste takken. Met opgeheven kop kleppert hij richting zon. Er steekt een lichte wind op. De ekster wiegt op en neer en kleppert opnieuw in het rond. Zijn kop beweegt hoekig terwijl hij kijkt naar het bos onder hem. Een groene long om in te vertoeven. Beneden is er een tapijt van okergekleurde naalden en dennenappels, molshopen hebben kleine opgravingen veroorzaakt, een konijn schiet weg van achter een struik. Rondom rond staan er soortgenoten van de den, grote en kleine bomen verzameld in een familie van groene schakeringen. Het is er stil, in het bos, de lucht is zuurstofrijk en een beetje vochtig.

Ik open het zolderraam. Het bos is verdwenen. Ik kijk uit over daken, muurtjes en koeren. De den staat helemaal achteraan in een langgerekte rechthoek van een tuin twee huizen verder. Een paadje met kiezels loopt er naar toe, het is broederlijk gelegen naast een strook gazon. De klimop die de ganse muur naast het pad vult is netjes getrimd. De den steekt zijn lange armen uit boven de muurtjes waarin hij zit ingemetseld, en boven de tuin van de buren langs de ene kant en de serie garageboxen langs de andere kant. 

Een veld van wij

foto: Eva Peeters

Nog even en het wordt lente. De bomen hunkeren om in bot te komen. De velden rusten om straks de planten voort te brengen die het gros van het voedsel in onze keuken zullen vormen.
Al acht seizoenen lang komen de groenten op mijn bord van een zelfoogstveld net buiten de stad. Ik vroeg aan boer Michiel Van Poucke of hij – nu het nog winter is – tijd kon maken voor een gesprek over het wel en wee van zijn nieuwgevonden stiel.

lees hier het artikel (pdf): Michiel Van Poucke: Een veld van wij

Nieuwe einders

foto: Eva Peeters

Jarenlang was ik actief in het Vlaamse kunstenlandschap als curator en organisator. Eerst vanuit Kunstencentrum Vooruit en later vanuit stadslabo Timelab, onderzocht ik hoe kunstenaars, makers en burgers, experimenten konden opzetten om de samenleving anders te organiseren, meer in overeenstemming met onze veranderende wereld.

De aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel kwamen en braken mij in twee stukken. Hoewel er in mijn familie of vriendenkring niemand persoonlijk werd getroffen, kon ik van de ene dag op de andere niet meer vooruit. Het was alsof het nieuws een gat in mijn – al sterk geleegde – energietank had geslagen en ik nu alleen nog lijdzaam kon toezien hoe het laatste beetje van mijn krachten oploste in het niets.

Waar drama is, is geen liefde

foto: Eva Peeters

Geïntrigeerd door het gegeven ‘familieopstellingen’ volgde ik een opstellingsdag bij Tina Vervaeke. Het is een bijzonder procédé: mensen die je niet kent nemen voor de duur van een opstelling de positie van familieleden in en representeren jouw familiesysteem. Er ontstaat een soort van tableau vivant waarnaar je als waarnemer kan kijken zodat patronen of dynamieken zichtbaar worden.
Ik vroeg aan de kapitein die de opstellingen eerst de zee op loodste en dan weer de haven in, of ze tijd had voor een gesprek.

lees hier het volledige gesprek (pdf): Tina Vervaeke: Waar drama is, is geen liefde

een korte versie van het gesprek is verschenen in het maandblad Psychologies in juni 2017

Het voeden van de bestemming

In het najaar van 2016 speelde ik met het idee om ontmoetingen op te zoeken met mensen die werken vanuit heelheid en verbondenheid. Het leek mij spannend om daarbij niet alleen doelgericht op zoek te gaan maar om ook oog te hebben voor datgene wat onderweg verschijnt.
Toen stootte ik, wachtend op een bankje ergens, op een boekje van acupuncturist Bruno Braeckman. Ik sloeg het open en las:
‘Misschien kan ik het best mijn ware gezondheidstoestand evalueren aan mijn vermogen om in alles en in iedereen die op mijn weg komt schoonheid te herkennen.’
Thuisgekomen ’s avonds zocht ik het contact van de man op en boekte een afspraak.

lees hier het volledig gesprek (pdf): Bruno Braeckman – Het voeden van de bestemming

een korte versie van het gesprek is verschenen in het maandblad Psychologies in mei 2017

Hemelse toestand

Donderdag date-dag. De aanprijzing van de minister van welzijn om wekelijks toegewijde tijd voor je partner vrij te maken, werd verguisd door de hipperds en bejubeld door de Bond van Grote en Jonge Gezinnen. Ik hang tussen de twee extremen in, liever niet te paternalistisch alsjeblief maar ai, één keer per week samen op stap? Het lukt niet eens een keer per maand…
Vrijdagmiddag, ik zit aan de computer en probeer een stuk af te werken. De rechthebbende op wekelijkse date-tijd stormt de kamer binnen om een paar keer over en weer te benen met de handen in het haar. Een knoop in een creatieproces baart zorgen. Ik observeer zijn krampen een paar ogenblikken.
‘Ik weet het!’ zeg ik, opverend van mijn stoel. ‘Vrijdagnamiddag date-dag.’ Hij bekijkt me even alsof ik van een andere planeet kom, dan bedaren zijn wenkbrauwen en verschijnt er een glimlach. ‘Goed idee.’

Kwart voor twee. We komen aan in de sauna. Op een paar gezegenden in leeftijd na zijn we alleen in het complex. Naakt en tevreden werpen we elkaar een blik toe in de zweethut. Hij is van plan om de stress er langdurig via zijn poriën uit te jagen. Ik hou het na tien minuten al voor bekeken en zoek een houten bankje op bij het buitenbad. Het is heerlijk om zo in badjas buiten te zitten in de winter. Mijn benen dampen. De verse lucht reikt tot diep in mijn longen. Enkel het klotsen van het water is te horen.