Eva De Groote is maker, moderator en facilitator.
Ze focust op kunst en samenleving, duurzame systemen en persoonlijke revoluties.

Buurvrouw

Buurvrouw

In het Gentse kunstenlandschap wordt er nagedacht over dingen. Bijvoorbeeld over hoe er meer diversiteit zou kunnen komen in publiek en personeel. Het is een heikel thema gezien 35 procent van de Gentenaars andere roots heeft en dat naakte feit totaal niet wordt weerspiegeld in de kunsten.

Om het lont naar het vuur te leggen wordt er een format in het leven geroepen: een intercultureel koppelbureau. Er worden duo’s samengesteld waarvan de ene helft niet-lokale wortels heeft en de andere helft plaatselijke. De bedoeling is dat er concrete ideeën worden uitgebroed die levensvatbaar kunnen zijn in het veld.

Vanavond zullen de duo’s de resultaten van hun kleurrijke hofmakerij presenteren op de Bijlokesite. Ik ben uitgenodigd als observator. De voorbije dagen had ik last van een in mijn lijf rondsluipende ongemakkelijkheid: mijn pertinent gebrek aan ervaringsdeskundigheid op het vlak van andere origine. Het voelde eigenaardig om het geheel te gaan aanschouwen met mijn beperkte autochtone blik. In een opwelling ging ik aanbellen bij de Marokkaanse buren. Met een ingewikkelde uitleg vroeg ik aan een van de dochters of ze mij wou vergezellen als extra paar ogen naar Duo Dates.

Twee dagen later sta ik opnieuw verwachtingsvol voor de deur van de Marokkaanse buren. Hanan verschijnt zwierig in de deuropening. ‘Ik ben er helemaal klaar voor,’ zegt ze met een grote glimlach. Haar grote bruine ogen zijn licht opgemaakt. De beentjes van haar modieuze bril verdwijnen in haar glanzende hoofddoek. We stappen naar de bushalte. Hanan vertelt enthousiast over haar opleiding: ze studeert maatschappelijk werk.

‘De bus komt binnen twee minuten,’ zegt ze na een blik op haar telefoon. Een meisje komt de hoek om en zwaait enthousiast naar Hanan. Ze steekt de straat over.
‘Hey Yasmina, daar ben je weer!’
‘Je bent me toch nog niet beu?’
‘Jou raak ik nooit beu.’
Ze stuiteren een paar keer speels tegen elkaar op.
‘Wat ben je van plan?’
Hanan werpt een hoofdknik in mijn richting.
‘Ik ga op stap met mijn buurvrouw.’
Het meisje kijkt me vol verbazing aan, de speelsheid in haar gesticulatie is instant verdwenen. Ik zet glimlachend een stap naar Hanan alsof we samen op de foto gaan. Verwonderd zet het meisje een stap achteruit om het plaatje een moment lang te aanschouwen. Ze loopt achteruit van ons weg.
‘Oké Hanan, ik zie je nog wel, hè.’

De bus arriveert. We stappen op en installeren ons in een tweezit.
‘Heb je het programma nog kunnen bekijken?’
‘Ja, ik ben erg benieuwd over de avond,’ zegt Hanan, ‘Ik ken maar twee namen. Farah Bouguerra, zij doet stand up comedy, ze was vroeger bevriend met mijn zus, en Zouzou Ben Chikha, daar ga ik soms babysitten.’
De bus veert zachtjes op en neer en navigeert traag maar zeker door de binnenstad. Aan de bibliotheek stappen de meeste mensen af, de bus loopt bijna volledig leeg. Er wordt van chauffeur gewisseld. Een oudere dame met een hoofddoek stapt vooraan op en gaat zitten schuin tegenover ons. ‘Salam Aleikum,’ zegt Hanan. De dame knikt bijna onzichtbaar en prevelt iets terug.
‘Ken je die dame?’
‘Nee.’
Ik kijk naar de vrouw die naar buiten staart en terug naar Hanan.
‘Salam Aleikum is de Islamitische vredesgroet,’ zegt ze, ‘het is respectvol om anderen van je geloof zo te begroeten.’
Ik kijk rond op de bus. Wat verder zit een oude dame met haar handtas op schoot. Achteraan dollen twee jongens met elkaar in een taal die ik niet ken. Salam Aleikum. We staan nog steeds stil op het plein. Buiten lopen er allerlei mensen rond. Sommigen staan te telefoneren. Sommigen hebben haast. Sommigen wensen elkaar vrede toe.

We komen aan bij de Bijloke. In de inkomhal prijkt een lange tafel met soep en brood. Er staan een paar mensen te praten bij statafels wat verderop. Hanan en ik nemen een kom soep en gaan bij een van de tafels staan. Het duurt niet lang of er komt al iemand langs voor een praatje.
‘Lang geleden dat ik jou nog zag. Alles goed?’ Ik knik en wijs naar Hanan.
‘Ik heb mijn buurvrouw meegebracht.’ Meteen heb ik spijt van mijn reducerende introductie.
Hanan steekt wat verlegen haar hand uit. De dame wordt weggeroepen. Een man komt naar onze tafel toegelopen, een vroegere collega.
‘Fijn jou weer te zien. Ben jij een van de duo’s vanavond?’ Ik kijk voorzichtig naar Hanan.
‘Nee, ik kom als toeschouwer en ik heb een extra paar ogen meegebracht.’ Hanan knikt de man toe en steekt haar hand uit. Ik krab mezelf in de haren. De telefoon van de man rinkelt en hij excuseert zich om op te nemen. Een moment lang sta ik wat onwennig rond te kijken. Hanan kijkt me met dansende wenkbrauwen aan. Twee theatermakers komen naar ons toe, ze zijn partners in het leven en in het werk, en komen enthousiast op onze tafel af.
‘Hey, lang geleden!’
Ik knik hen met een glimlach toe. Ze kijken verwachtingsvol naar Hanan.
‘Hanan en ik komen kijken vanavond,’ zeg ik.
‘Zit je ook in de kunsten?’
‘Nee, ik studeer maatschappelijk werk,’ zegt Hanan en ze begint enthousiast te vertellen over de werkveldbezoeken die haar langs verschillende cultuurplekken in Gent hebben gebracht.

De organisator van vanavond legt het geroezemoes stil om aan te kondigen dat de presentaties bijna zullen starten. We worden binnengeleid in een zaal die ooit een anatomisch theater was en nemen plaats in de houten banken. Hanan haalt een notitieschrift uit en grinnikt naar me als ik zelf ook mijn schriftje te voorschijn tover.

De gastheer introduceert het format van de Duo Dates. Acht duo’s zullen kort hun idee uit de doeken doen waarna ze elk aan een tafel zullen gaan zitten en wij als toeschouwers kunnen aanschuiven om mee te denken.

De voorstellen passeren één voor één de revue. Bij sommige koppels zie je het vuur van een ontluikende romance, bij andere is het toch vooral de ene helft die het woord voert. Eén van de duo’s stelt een pitchingformat voor waarin jonge makers hun ideeën kunnen voorleggen aan professionals. Een ander duo komt met het idee om gedurende een week van telefoon te wisselen en op die manier toegang te geven tot elkaars netwerk. Een volgend duo dacht aan een dramaturgencarrousel zodat jong werk feedback krijgt om te groeien. En nog een ander wil een afspraak maken met alle kunstenorganisaties in de stad om vier dagen per jaar het werk neer te leggen en de kunsttempels te verlaten. Om de stad in te trekken en op een informele manier het werk van andere verhalenvertellers te ontdekken.

Eén koppel is atypisch in het format: ze zijn alletwee blank. Zij hebben een studie over Rotterdam als basis genomen. Daarin wordt onderzoek gedaan naar blanke minderheden in grootsteden. Ze doen een provocatief statement: de tijden met integratieondersteuning voor mensen met andere origine zijn voorbij. Het zijn nu de blanken die ondersteuning nodig hebben, onuitgerust als ze zijn om met veranderende levensomstandigheden om te kunnen. Ik voel een ongemakkelijke siddering bij de uitspraken. Ik kijk opzij naar Hanan, ze geeft geen krimp. In haar notitieboek prijken een boel aantekeningen.

De presentaties zijn voorbij. Hanan en ik nemen een drankje bij de bar en overleggen bij welke tafels we zullen aanschuiven. Ze aarzelt een beetje.
‘Zal ik de eerste kiezen en jij de tweede?’
Dat vindt ze een goed idee. We schuiven aan bij de directrice van een erfgoedinstelling en een jonge filmmaker. Zij hebben de pitchingformat voorgesteld. We zitten met zes aan tafel. Het gesprek gaat zo’n beetje alle kanten op. Een fotograaf verschijnt. Hij neemt foto na foto, steeds met Hanan in beeld. Ze grinnikt even en fluistert: ‘Ik zal op elke foto staan, denk ik.’ Ze neemt een slok spuitwater en buigt weer naar mij toe. ‘Dit gesprek gaat echt over alles behalve over het voorstel dat op tafel ligt.’
Op dat moment wordt er afgeroepen dat er van tafel kan gewisseld worden. We kijken even rond.
‘Ik wil graag daar aanschuiven,’ zegt Hanan kordaat. Ze wijst naar een tafel waar er al heel wat mensen zitten. Ik herken Dominique Willaert, hij is de bezieler van een kunstenorganisatie die vooral werkt met nieuwkomers en jongeren van allerlei origine. Hij is samengebracht met Sibo Kanobana, een jonge socioloog met Afrikaanse roots verbonden aan Ugent. Ik heb Dominique over de jaren al heel wat bijeenkomsten in het kunstenveld weten verhitten met zijn vurig betoog tegen lethargie en hokjesdenkerij. Zijn confronterende stijl zou me misschien hebben weerhouden om bij hem aan te schuiven, maar ik volg mijn gast en ga zitten. Het gesprek gaat over de stad intrekken en andere verhalenvertellers opzoeken. Niet in een assimilerend discours maar in een openheid en een geven. Concrete ideeën en voorbeelden uit andere praktijken dansen over de tafel. Hanan noteert dingen en ik ook.

Ineens komt de organisator zeggen dat we binnen tien minuten zullen afronden. De tijd is voorbij gevlogen. Het gaat net over het feit dat er zo goed als geen diversiteit is bij de cultuurbemiddelaars, bij de mensen die werken in de kunsten. Dominique kijkt naar Hanan.
‘Mag ik je iets vragen?’
‘Zeker.’
‘Zou jij willen werken in een van de cultuurinstellingen?’
‘Ja,’ zegt Hanan zonder enig aarzelen, ‘daar zou ik zeker interesse in hebben.’
‘Wat doe je in het leven?’
‘Ik studeer maatschappelijk werk. Een onderdeel daarvan is cultureel werk. Via de uitstappen in het veld heb ik heel wat organisaties leren kennen.’
‘Wil je jouw impressies met ons delen?’
‘Zeker. Ik moet zeggen dat ik blij verrast ben. Ik had tot nu toe de indruk dat wij enkel als een doelgroep werden bekeken en dat er bij de doelgroep vooral problemen werden gelegd. Vanavond heb ik gezien dat er ook oprechte interesse is in het talent dat er is. Ik heb de indruk dat er bij de instellingen echt inspanningen worden gedaan om er anders naar te kijken. Dat had ik nog niet eerder gevoeld.’ Hanan neemt een slok water en kijkt een moment de tafel rond. ‘Het moet van twee kanten komen, dat weet ik. Maar in feite is het erg simpel: als je naar de jongeren toe gaat en oprechte interesse toont in hun talenten en ideeën, dan kunnen er fantastische dingen gebeuren.’
De mensen aan de tafel naast ons zijn opgestaan en verzamelen hun spullen. Iemand gaat er meteen vandoor, een ander neemt een telefoontje aan. Aan onze tafel is het stil en blijft iedereen zitten.
‘Mag ik jouw contact?’ vraagt iemand uiteindelijk. Hanan glimlacht en scheurt een stukje papier uit haar schrift. Nog iemand schuift zijn stoel naar haar toe om hetzelfde te vragen.

Wat later verlaten Hanan en ik het gebouw om terug naar de bus te stappen. Als we de Bijloke achter ons hebben gelaten, kijken we elkaar aan en schieten we samen in een deugddoende en ontladende lach.
‘Wat vond je ervan?’ vraag ik.
‘In het begin was ik niet op mijn gemak,’ zegt ze, nog steeds lachend, ‘maar weet je, ik denk wel dat er een paar goeie ideetjes tussen zitten.’